“De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ Daarna bracht ze zijn broer Abel ter wereld. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer.”
Genesis 4: 1-2
Kaīns naam betekent ‘speer’ of ‘lans’. De naam kan ook wel ‘aanwinst’ of ‘verwerving’ betekenen. Abel betekent zwakkeling. Hoe heet jij? Zwakkeling. Je zult maar zo’n naam krijgen van je ouders. Kaīns beroep levert ook echt wat op, hij werd landbouwer; hij is de oudste, hij staat in hiërarchie bovenaan. Abel beheert de schapen. Ja, dat is wat meer voor watjes. En dan: God kiest het offer van Abel. Kaïn begrijpt er niets van. Doet God maar wat? Nee, Kaïn doet maar wat. Hij gooit maar wat op het vuur, terwijl Abel het beste offerdier uitzoekt voor God. En God ziet het hart aan. Kaīns blik was naar beneden gericht, Abel keek naar boven. Zijn hart was op God gericht. Geef God dus niet de schuld als Hij jouw offer niet aanneemt, maar onderzoek je hart. Is je hart op God gericht of staat je eigen ik bovenaan?








