“Na drie maanden vertrokken we met een schip dat op het eiland had overwinterd. Het was een schip uit Alexandrië met de Dioscuren als boegbeeld. We deden de haven van Syracuse aan, waar we drie dagen bleven liggen. Daarna lichtten we de ankers weer en kwamen we aan in Regium. De volgende dag stak er een zuidenwind op, zodat we binnen twee dagen Puteoli bereikten. Daar troffen we leerlingen aan, die ons uitnodigden om een week bij hen te blijven. Vervolgens gingen we op weg naar Rome.”
Handelingen 28: 11-14
Na drie maanden vertrekken Paulus en zijn medereizigers weer, met een schip uit Alexandrië met als boegbeeld de Dioscuren. Het is grappig dat dit er expliciet bij staat vermeld. De Dioscuren: de tweelinggoden Castor en Pollux. Castor was het beeld van de sterfelijkheid en Pollux was het beeld van de onsterfelijkheid. Ze hadden de taak om zeelieden onderweg te beschermen. Of het goed zou aflopen, kon je immers nooit zeker weten. Vroeger leden er veel meer schepen schipbreuk. Paulus zelf weet wel beter: niet de Dioscuren zorgen voor een behouden thuiskomst maar God! Dat had hij de afgelopen jaren al zo vaak ervaren! Waar stel jij je vertrouwen op?








