“U hebt uzelf boven de Heer van de hemel verheven. U hebt de bekers laten halen die uit zijn tempel afkomstig zijn, en u en uw machthebbers, uw hoofdvrouwen en bijvrouwen, hebben er wijn uit gedronken. U hebt uw goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen geprezen, goden die niets zien of horen of weten. Maar de God die beschikt over uw levensadem en die al uw doen en laten bepaalt, hebt u niet verheerlijkt. Daarom heeft Hij die hand gezonden en de tekens laten opschrijven.”
Daniel 5: 23 en 24
Op voorspraak van de koningin-moeder wordt Daniel erbij gehaald. Daniel, die al zoveel heeft meegemaakt als balling in Babel. Daniel heeft niets van zijn vrijmoedigheid verloren en hij durft, ten overstaan van de 1000 machthebbers, de hoofdvrouwen en bijvrouwen, de vinger op de zere plek te leggen. “U prijst uw goden van goud en zilver, van brons, ijzer, hout en steen (doet dit niet denken aan het beeld dat Nebukadnessar zag???). Maar de God die u levensadem heeft gegeven, heeft U zelfs niet genoemd en niet verheerlijkt.” En “die” God heeft een hand naar u gezonden…..Goddank dat Daniel de vrijmoedigheid heeft om het feestje van de koning met een onheilsboodschap te verstoren. En: er is altijd een weg terug. Berouw en bekering, terugkeer tot God. Het kan ALTIJD. Ook koning Belsassar kan zich bekeren. Maar hij doet het niet, zo blijkt uit het gevolg. Daarover morgen meer.








