“Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. De godenzonen zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. Toen zei de HEER: ‘Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven.’ In die tijd en ook daarna nog, zolang de godenzonen gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.”
Genesis 6:1-4
Dit is een van de meest moeilijke gedeelten uit de Bijbel en de uitleggers zijn het er onderling niet over eens, wie met de “godenzonen” worden bedoeld. Zijn het gevallen engelen? Zijn het de nakomelingen van Seth? Wát de uitleg ook is: God keurt het af. Hij kreeg er spijt van dat Hij de mensen had gemaakt en Hij was tot in het hart gegriefd. Het is ook de directe aanleiding voor de zondvloed. In de oudheid was men gewend aan mythen en mensen die zich godenzonen of afstammelingen van mythische wezens waanden. Het is God een gruwel. Maar wat zegt het ons? Hoe kijk jij aan tegen dit Bijbelgedeelte? Denk je dat het ons nog iets te zeggen heeft? Denk er eens over na, in deze 40-dagentijd. Welke dingen om ons heen zijn voor God een gruwel?








