Ik ben: de uitspraken van Jezus: De opstanding en het leven
“Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’”
Johannes 11:23-26
Deze woorden van Jezus volgen op de bijzondere terugkomst van Lazarus uit de dood. De woorden van Jezus geven een bijzondere hoop. Jezus brengt ons van hoop op een opstanding straks naar hoop op Hém. Onze hoop ligt niet in de toekomst maar onze hoop is Jezus. ‘Hij is de Heer van ons leven.’ De opstanding van Jezus baande de weg naar het Leven, want de dood werd daardoor verslagen. Als we bij Hem horen, mogen we door Zijn opstanding ook dit leven ontvangen. En niets kan die band meer breken. Zelfs als ons aardse leven stopt, blijven wij in Christus voor eeuwig leven. Bij het graf van Lazarus laat Jezus zien wat dat inhoudt, Hij heeft echt macht over de doden. De troost van dit verhaal is niet dat Lazarus opstaat uit de dood, hij is later alsnog weer gestorven. De troost van dit verhaal is Jezus, die onze hoop belichaamt. In Jezus heb je een ontmoeting met degene die jouw hoop gaat waarmaken. Dat is wat Marta en Maria overkomt in Johannes 11. Zij geloofden in de opstanding op de jongste dag, in Jezus ontmoeten ze Hem die dit gaat waarmaken.








