“Generatie na generatie moeten de Israëlieten de sabbat in acht nemen en vieren. Voor Mij en hen is die dag een teken van een eeuwigdurend verbond, want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zevende dag heeft Hij gerust om op adem te komen.’”
Exodus 31:16 en 17
Bij de instelling van de rustdag grijpt God weer terug op de zevende scheppingsdag. Het volk Israël leert hier een diepe les over wat het betekent om als vol apart gezet te zijn. God sloot op de Sinaï een verbond met het volk Israël, zoals Hij al had toegezegd aan Abram, Izak en Jacob. Een volk, apart gezet van de andere volken met hun afgodendienst, hun kindoffers en andere gruwelijkheden. God wilde een heilig volk, dat zich aan Gods wetten zou houden. Een van die wetten betrof ook de Sabbat. Zes dagen mag je werken. De zevende dag is een rustdag. Apart gezet door God om op die dag te rusten van al je werk en te genieten van Gods mooie schepping. Zoals ook God op de zevende dag rustte van zijn scheppingswerk en ervan genoot. De rustdag accentueert ook het contrast met de andere volken, die geen rustdag kende. Zie je hoe mooi God hier weer teruggrijpt op zijn scheppingswerk?








