“Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven.”

Lukas 1:32

En de Heer zal Hém de troon van zijn vader David geven’. Het is dus niet Herodes die daar op dat moment zit, een nazaat van Ezau, maar Jezus, een nazaat van Jakob, van Israël. En Hij zal voor eeuwig koning zijn over het volk van Jakob. Wat zal het Maria ook geduizeld hebben. Haar kind? Zoon van God? Zitten op de troon van zijn vader David? Eeuwig heersen over het volk van Jacob? Al die namen, de hele voorgeschiedenis van Israël komt hier even voorbij. En dat in een tijd waarin er de Romeinse overheersing is, met vijandige koningen op de troon. Er is geloof én moed voor nodig om te zeggen: mij geschiede naar uw wil.

Judas – getuige van Jezus leven, maar niet van zijn opstanding

“In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei: ‘Vrienden, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. Judas was een van ons en had deel…
Verder lezen

Paulus ziet Jezus – die hij vervolgt

“Toen hij (Saulus) onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in,…
Verder lezen

Stefanus ziet de luister van Jezus

“Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op…
Verder lezen