“Dit waren de zonen van Jakob die Zilpa hem gebaard had, de slavin die door Laban aan zijn dochter Lea was gegeven, en hun nakomelingen. Zestien personen.”
“Dit waren de zonen van Jakob die Bilha hem gebaard had, de slavin die door Laban aan zijn dochter Rachel was gegeven, en hun nakomelingen. In totaal zeven personen.”
Genesis 46: 18 en 25
Jacob had met recht een “aardje naar zijn vaartje”; ook hij nam (op aangeven van zijn vrouwen Lea en Rachel) kinderen bij hun slavinnen. Maar God ziet het onderdrukte; het geminachte! God kent en noemt de namen van Zilpa en Bilha. Hij geeft hen een plaats in de Bijbel; zij én hun kinderen zijn gezien en worden geteld en vermeld; als nageslacht van Jacob, dat met hem meereist naar Egypte. God is bij machte, om uit het kwaad, iets goeds voort te brengen. Zo kunnen wij in deze 40 dagen tijd stil staan bij het niet te bevatten offer dat Jezus bracht voor ál onze zonden en zo redding en vrijspraak voor ons verwierf!