De eerste getuigen van de opstanding – Verschijningen van Jezus – 11 leerlingen op een berg in Galilea

“De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, en toen ze Hem zagen wierpen ze zich in aanbidding voor Hem neer, al twijfelden sommigen. Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’”

Matth. 28:16-20

De elf apostelen: Op een berg in Galilea. Jezus komt nog één keer ter vergadering met de zijnen. Een slotakkoord op aarde. De laatste instructies. Jezus wás er waarschijnlijk al, op de berg, waarvan Jezus had gezegd dat de leerlingen er naar toe moesten gaan. Als de leerlingen Jezus zien vallen ze in aanbidding voor Hem neer. “Al twijfelden sommigen”, staat erbij. Het was ook nogal wat. 40 dagen was Jezus nog op aarde, na zijn opstanding. Het getal 40 is in de Bijbel sowieso bijzonder. Het volk Israël trok 40 jaar door de woestijn, Jezus werd 40 dagen verzocht in de woestijn door de duivel; en Hij verbleef nog 40 dagen in zijn opstandingslichaam op aarde voordat Hij in de hemel werd opgenomen. Het moet voor de discipelen verwarrend zijn geweest. Zijn lijden konden ze nauwelijks bevatten. En dan nu, zijn opstanding uit de dood. En zijn instructies: ga op weg maak álle volken tot mijn discipelen. Maar meteen ook de hoop en de troost erbij: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld!”

Een daad van geloof

“De Israëlieten waren als een geordend leger uit Egypte weggetrokken. Mozes had het lichaam van Jozef meegenomen, omdat Jozef de Israëlieten plechtig had laten zweren dat te doen. ‘God zal zich jullie lot aantrekken,’ had hij gezegd, ‘en dan moeten jullie mijn lichaam van hier met je meenemen.’” Exodus 13:18 en 19 Jozef had nadrukkelijk opdracht gegeven om zijn beenderen…
Verder lezen

Vertel Gods roemrijke daden

“De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga naar de farao, want Ik heb hem en zijn hovelingen zo halsstarrig gemaakt om in Egypte al deze wonderen te kunnen doen. Ook wil Ik dat jij aan je kinderen en kleinkinderen kunt vertellen hoe hard Ik de Egyptenaren heb aangepakt en welke wonderen Ik bij hen heb verricht. Dan zullen jullie inzien dat…
Verder lezen

Wie ik ben in Christus: Door God uitgekozen

Wie ik ben in Christus: Door God uitgekozen 1 Tessalonicenzen 1: 4 “God heeft u lief, broeders en zusters. Wij weten dat Hij u heeft uitgekozen.” Broeders en zusters. Meervoud. Paulus heeft het over de verkiezing van de gemeente te Tessalonica. Niet die van een enkeling. Wij zien de verkiezing meestal puur individualistisch, maar in de bijbel is dat zelden…
Verder lezen