“Alle tollenaars en zondaars kwamen Hem opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de farizeeën als de Schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’”
Lukas 15:1 en 2
Alle tollenaars en zondaars kwamen Hem opzoeken. Het staat er veelzeggend. Want zijn wij niet allemaal zondaars? Dus wie noemt deze mensen “zondaars”? Dat staat min of meer verborgen in vers 2: de Farizeeën en Schriftgeleerden. Zij vinden het onbestaanbaar en onzinnig dat “die man” met tollenaars en zondaars omgaat. Maar zó onzinnig is onze God. Zijn aandacht gaat uit naar het verlorene, niet naar de massa maar naar de enkeling, zou je ook kunnen zeggen. Niet naar mensen die zich wel redden of het wel redden, maar naar degene die verdwaald is of zoekgeraakt, verloren, uit het zicht geraakt, in de misère beland, noem het maar op. En Jezus is de belichaming van die onzinnige liefde. Zó lief heeft hij ons, arme, verloren, verdwaalde, zoekgeraakte zondaars. Laat ik me ook door Hem vinden?