“De HEER schonk aandacht aan Abel en zijn offer, maar aan Kaïn en zijn offer niet. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker. De HEER zei tegen hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’

Genesis 4: 4-7

Kaīn kan het niet verkroppen en God vraagt hem: waarom ben je zo boos? Laat die grote ijsberg niet groeien in je hart maar laat de grote Cardioloog er naar kijken. Laat je haat niet groeien. Al worstel je met jaloezie, zoals Kaīn, ga dan naar God. En God roept hem notabene bij zijn naam. Kaīn. Hij ként Kaïn. Maar Kaïn laat zijn hart niet raken door God. Kaïn was ook beelddrager van God, een ambassadeur. Maar hij was liever beelddrager van zichzelf. En hij maakte van zijn hart wél een moordkuil. Hij was niet zijn broeders hoeder. Hoe zit dit met mijn eigen hart? Het tegenovergestelde van het gebod: gij zult niet doodslaan; is: “bevorder het leven van je naaste”. Hoe? Zeg eens wat aardigs, doe eens wat liefs… moeilijk? Nee hoor, want je wilt toch ook graag dat een ander jou zo behandelt?

Onderzoek je eigen hart voordat je een ander de schuld geeft

“De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ Daarna bracht ze zijn broer Abel ter wereld. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer.” Genesis 4: 1-2 Kaīns naam betekent ‘speer’ of ‘lans’. De naam kan ook…
Verder lezen

Jezus vreugde om als jij terugkomt bij Hem

“Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.” Lukas 15:20 De jongste zoon keert berooid terug. Hij zal er niet uit hebben gezien. Vuile kleren van het zitten bij de varkens, ongewassen,…
Verder lezen

Ik heb nooit mijn erfenis opgeëist…

“Vervolgens zei Hij: ‘Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.”…
Verder lezen