“Daarna gaf Mozes het volk deze aanwijzingen: ‘Wanneer u de Jordaan bent overgestoken, moeten de stammen Simeon, Levi, Juda, Issachar, Jozef en Benjamin zich op de Gerizim opstellen en daar de zegen uitspreken. Op de Ebal moeten zich de stammen Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali opstellen om de vloek uit te spreken. Verder moeten de Levitische priesters alle Israëlieten luid en duidelijk het volgende toeroepen: “Vervloekt is eenieder die een godenbeeld maakt en het op een geheime plaats bewaart; in de ogen van de HEER is het een gruwelijk maaksel van mensenhanden.” En heel het volk moet antwoorden: “Amen.”
Deut 27:12-15
Als je gelooft in Jezus als je redder, dan kniel je toch niet stiekem voor een andere God? Dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Geloof jij dat je Gods geliefde kind bent? Waarom twijfel je dan zo vaak aan jezelf? Waarom stel je jezelf mooier voor dan je bent? Waarom hang je naar eer, invloed, macht? God voorzag het al van zijn volk, dat zij Hem zouden verlaten en andere goden zouden gaan dienen. Heel het volk antwoordt “amen” als God vraagt of het volk zowel de zegen als de vloek zullen uitspreken. Maar als Jozua is gestorven, vervallen ze tot de afgodendienst. Mijn afgoden zijn misschien anders dan een Baäl en Astarte, maar ook ik heb zo mijn afgoden. Heer, ik bid U: bewaar mij voor afgodendienst en laat mij U dienen met heel mijn hart, mijn verstand en al mijn krachten. Hoe kun je voorkomen dat jouw geloof iets is wat los staat van de rest van het leven?