“Op het moment dat de manschappen van Sisera Barak zagen verschijnen, zaaide de HEER paniek onder hen en ontstond er grote verwarring. Sisera sprong van zijn wagen en maakte zich uit de voeten. Barak achtervolgde de strijdwagens en de soldaten tot in Charoset-Haggojim. Alle soldaten van Sisera sneuvelden; niet een bleef er in leven. Sisera vluchtte te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, want hij wist dat de familie van Cheber op goede voet stond met koning Jabin van Hasor. Jaël kwam hem tegemoet en zei: ‘Kom binnen, heer, kom binnen. Wees niet bang.’ Hij ging bij haar de tent binnen en zij verborg hem onder een deken. ‘Geef me wat water te drinken,’ vroeg hij, ‘ik heb zo’n dorst.’ Jaël opende een melkzak, gaf hem te drinken en dekte hem weer toe. Toen zei hij: ‘Ga in de tentopening staan. Als er dan iemand komt vragen of er een man bij u is, moet u zeggen: “Nee, er is hier niemand.”’ Jaël nam een tentpin en een hamer en sloop de tent binnen. Ze sloeg, terwijl hij daar uitgeput in slaap lag, de tentpin dwars door zijn hoofd de grond in, zodat hij stierf.”
Rechters 4: 15-21
Barak krijgt een lesje in Godsvertrouwen. Want de Heer zaait paniek in het leger van Sisera zodat de manschappen allemaal het hazepad kiezen. Ook Sisera slaat op de vlucht en waant zich veilig in de tenten van de familie van Cheber. Barak moet de uiteindelijke overwinning ook weer overlaten aan een vrouw, zoals Debora had gezegd. Jaël, de vrouw van Cheber, is degene die heldhaftig een eind maakt aan het leven van Sisera. De laatste zin van Rechters 5 luidt: Toen had het land 40 jaar rust.