“De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.”
Genesis 3: 6 en 7
Het blijft fascinerend, het verhaal van de zondeval. Want waarom richtte de slang zich tot Eva, en niet tot Adam, die “bij haar was”? Dacht de slang dat hij het beter kon proberen via de vrouw? Blijkbaar gingen hun beider ogen ook pas open, toen ze allebei van de vrucht hadden gegeten. Adam was als eerste geschapen en kreeg direct van God het verbod om van de boom te eten. Eva kreeg het gebod indirect via Adam. De duivel dacht in elk geval slim te zijn door het via Eva te proberen. Hij sprak háár aan in plaats van de man, die de verantwoordelijkheid had als ‘hoofd’. Daarom wordt de zondeval ook expliciet aan Adam toegerekend.