“Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter en zelf trok hij één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Sta op en eet wat.’ Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen.”
1Koningen 19: 3-6
Elia moet weer vluchten, ondanks dat hij namens God had gezegd dat er weer regen zou komen. Moedeloos vlucht hij de woestijn in, verlangend naar de dood, moe van het vluchten en alle ontberingen die hij had doorstaan. Maar zijn (en onze!) God is een genadig, rijk en overvloedig God! Als een engel Elia aanraakt en wakker maakt ontdekt hij een smakelijk brood en een kruik water. Zomaar in de woestijn. Zomaar naast je hoofd water en vers gebakken brood. Zie je het wonder, Elia? De gloeiende kooltjes waar het brood op is gebakken, ligt er nog. God zorgt! Ook in de woestijntijden van ons leven!