“De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen Hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal Ik uit de dood worden opgewekt.” Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen Hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgewekt uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’”

De zaterdag is de officiële rustdag voor de joden dus zij mochten ook verder niets ondernemen. Zijn vrienden en volgelingen hebben ook niet opgeschreven wat ze die dag hebben gedaan. Maar wellicht kun jij je er wel iets bij voorstellen. Hoe zouden ze zich gevoeld hebben? Maria, de moeder van Jezus. Zijn vrienden. Waren ze verdrietig, verward of boos? Misschien waren ze wel bang. Eén ding is wel opvallend. De joodse leiders gaan terug naar Pontius Pilatus, de Romeinse leider die Jezus de doodstraf heeft gegeven. Ze zijn bang. Stel je voor dat zijn vrienden het lichaam zullen stelen en tegen iedereen gaan zeggen dat Jezus weer leeft?! Jezus had namelijk beweerd dat hij na drie dagen zou opstaan. De leiders verzoeken Pilatus om soldaten die het graf van Jezus beveiligen, zodat het lichaam niet gestolen zou kunnen worden. Dit om te voorkomen dat de volgelingen van Jezus een verhaal over de opstanding in scene kunnen zetten. Pilatus stemt toe en zet een aantal soldaten in om het graf bewaken. Zou echter voor God iets te onmogelijk of te wonderlijk zijn?

Gods grote verhaal van bevrijding

“‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.” Deuteronomium 5:6 Deuteronomium is het 5e boek van de Tora, de eerste 5 boeken van het Oude Testament. Het hart daarvan ligt hier: God, die zijn volk uit de slavernij bevrijd. De grote verhalen van de Tora draaien om de bevrijding uit Egypte, uit het…
Verder lezen

Laat Gods vrede heersen in je hart

“Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen, zo zal ik niet tegen U zondigen.” Psalm 119: 11 God belooft ons zoveel: Hij houdt van ons, neemt ons als Zijn kinderen en erfgenamen aan, Hij is uit op het goede voor ons en Hij geeft ons Zijn Geest, zodat we als zijn kinderen kunnen leven. Als kind van God zal…
Verder lezen

Licht verdrijft de duisternis

“want eens was u duisternis maar nu bent u licht, nu u de Heer toebehoort. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt niets dan goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.” Efeziërs 5:8,9 Licht en duister: het staat tegenover elkaar. Als je in een donkere kamer staat en je steekt het licht aan, dan is de…
Verder lezen