Stille zaterdag, 40e dag 40 dagen tijd

“De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen Hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal Ik uit de dood worden opgewekt.” Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen Hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgewekt uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’”

De zaterdag is de officiële rustdag voor de joden dus zij mochten ook verder niets ondernemen. Zijn vrienden en volgelingen hebben ook niet opgeschreven wat ze die dag hebben gedaan. Maar wellicht kun jij je er wel iets bij voorstellen. Hoe zouden ze zich gevoeld hebben? Maria, de moeder van Jezus. Zijn vrienden. Waren ze verdrietig, verward of boos? Misschien waren ze wel bang. Eén ding is wel opvallend. De joodse leiders gaan terug naar Pontius Pilatus, de Romeinse leider die Jezus de doodstraf heeft gegeven. Ze zijn bang. Stel je voor dat zijn vrienden het lichaam zullen stelen en tegen iedereen gaan zeggen dat Jezus weer leeft?! Jezus had namelijk beweerd dat hij na drie dagen zou opstaan. De leiders verzoeken Pilatus om soldaten die het graf van Jezus beveiligen, zodat het lichaam niet gestolen zou kunnen worden. Dit om te voorkomen dat de volgelingen van Jezus een verhaal over de opstanding in scene kunnen zetten. Pilatus stemt toe en zet een aantal soldaten in om het graf bewaken. Zou echter voor God iets te onmogelijk of te wonderlijk zijn?

Alles wijst op JEZUS!

“Toen hij (Apollos) naar Achaje wilde afreizen, moedigden de gemeenteleden hem aan en gaven hem een brief mee voor de leerlingen met het verzoek hem gastvrij te ontvangen. Na zijn aankomst bleek hij door Gods genade een grote steun te zijn voor de gelovigen, want hij slaagde erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op…
Verder lezen

De genezen man was 40 jaar verlamd geweest

“Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het namiddaggebed. Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel.” “De man die…
Verder lezen