“Boaz antwoordde: ‘Meer dan eens is mij verteld over alles wat je voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man: dat je je vader en moeder en je geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat je volkomen onbekend was. Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je bent komen schuilen.’”
Ruth 2: 11 en 12
De tamtam over Ruth gaat snel rond; en over haar is alleen maar veel goeds te melden. Boaz prijst Ruth omdat ze haar toevlucht heeft genomen bij de God van Israël en bij Hem onder zijn vleugels is komen schuilen. Boaz lééft met God. Hij ademt God. Dat blijkt al wanneer hij zijn maaiers begroet: de Heer zij met u. Twee mensen die het goede zoeken: bij God en bij elkaar.








