“Zo kwam Naomi terug uit Moab, samen met haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.”
Ruth 1: 22
Ze kwamen terug bij het begin van de gersteoogst. Overvloed in het broodhuis. Er kan weer geoogst worden! Het is lente en de toekomst lacht Israël weer toe. Dat geldt nog niet voor de verbitterde Naomi. Een man en twee kinderen heeft ze moeten achterlaten in het heidense Moab. Noem mij maar Mara, zegt Naomi. Bitterheid. Ze heeft weer te eten, maar wat heeft de zoektocht naar brood haar opgeleverd, behalve een lieve schoondochter? Naomi ziet nog geen lichtpuntjes. En tóch: God is in haar leven aan het werk. Hij doet alles, ook de verdrietige dingen, meewerken ten goede.








