“Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving.”
Spreuken 28:13
Een van de moeilijkste dingen is, om je fouten toe te geven. We zoeken vaak naar excuses voor ons gedrag. We vergoelijken de dingen die we verkeerd hebben gedaan. Ik kon niet anders. Ik zit nu een maal zo in elkaar. Maar wat wijzelf misschien voor onszelf als vergoelijkend zien; of niet zo erg; dat kan voor een ander toch heel anders zijn overgekomen. Hoe bevrijdend kan het dan zijn om gewoon te zeggen: sorry, dat ik je pijn heb gedaan. Sorry, dat ik je heb gekwetst. Sorry, het was niet zo bedoeld. Dan ontstaat er ruimte. Voor de ander, voor jou. Vergeving ontvangen; we vinden het vaak moeilijk. Omdat het impliceert, dat we iets verkeerds hebben gedaan. Heer, geef, dat ik mijn eigen ik opzij zet en tegen de ander kan zeggen: sorry, ik had het niet zo bedoeld, wil je me vergeven?