“Ik weet: mijn redder leeft, en Hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen. Hoezeer mijn huid ook is geschonden, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen.”
Job 19:25-
Job focust niet langer op de vraag waarom hij lijdt. Zijn vrienden kunnen niet anders dan concluderen dat Job schuldig moet zijn. Job zelf weet dat hij onschuldig is en daarom concludeert hij dat er maar Eén overblijft die daadwerkelijk voor hem kan instaan en dat is God. Job heeft steeds voor ogen: hij is rechtvaardig, hij lijdt onschuldig en dat mag niet vergeten worden. Hij begrijpt niet waarom hem dit alles overkomt, maar hij spreekt de bijna profetische woorden uit: Ik weet dat mijn Verlosser leeft! Ikzelf ben op sterven na dood, maar ik blijf aan één ding vasthouden: God, mijn redder, mijn Verlosser, HIJ LEEFT.