“Toen Hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe. Ze vroegen Hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? En wie heeft U die bevoegdheid gegeven?’”
Eerlijke vragen stellen aan God mag altijd. Hij vindt geen vraag te gek. God kent je, hij kent je hart. De vraag die de hogepriesters en de oudsten hier stellen, is echter geen eerlijke vraag. Ze ergeren zich al heel lang groen en geel aan Jezus’ woorden, aan zijn gezag en aan zijn wonderen. En op de plek, waar Jezus thuishoort, sprekend in de tempel, komen de godsdienstige leiders van het volk naar Hem toe met een vraag over Zijn gezag. Het is geen eerlijke vraag, maar een vraag om Zijn gezag aan te vechten. Het is de vraag naar het gezag dat zij zichzelf aanmatigen en Hém ontzeggen. En daarom is de vraag naar Zijn gezag een valse vraag, die met de verkeerde intenties wordt gesteld.