“Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de dood had opgewekt. Daar hield men ter ere van Hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met Hem aanlagen. Maria nam een kruikje vol kostbare, zuivere nardusolie, zalfde daarmee de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die Hem zou uitleveren, vroeg: ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.”
Johannes 12:1-6
Een diepe, intense liefde voor Jezus. Dat spreekt uit het gebaar van Maria, de manier waarop ze Jezus zalfde. Met olie, die maar liefst 30000 euro heeft gekost. En dan de reactie van Judas. Ergernis. Hij baalt. Die olie had ook duur kunnen worden verkocht. Oja? En voor wie was het geld dan? Want Judas zorgde vooral ook goed voor zichzelf. Het staat er in deze tekst ook weer opvallend bij: Judas, degene die Hem uitleveren zou…Verbazingwekkend. Maar….hoe zit dat met mijn houding? Heb ik een dergelijk bedrag voor Jezus over of “geef ik het liever aan mezelf?” Voel ik diepe liefde voor Jezus of erger ik me ook af en toe om de dingen die Hij zegt en doet? Hoeveel heb ik van een “judas” in mij?