“‘Degene aan wie Ik het stuk brood geef dat Ik nu in de schaal doop,’ zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam Satan bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’”
Johannes 13: 26 en 27
Johannes vertelt weer andere details dan Mattheus, die we gisteren lazen. Het meest huiveringwekkend van de tekst van vandaag vind ik de zin “op dat moment nam Satan bezit van Judas”. Een tweesprong. Ga je de weg van Jezus of ga je de weg van Jezus’ aartsvijand? Judas neemt de verkeerde afslag en de duivel neemt bezit van hem. Griezelig. Bezeten worden door de duivel. De aartsleugenaar. De aartsvijand van God en mensen. Hoe kún je daar voor kiezen? In vers 30 lezen we nog: Judas nam het brood aan en ging weg. Het was nacht. Het staat er veelzeggend bij. Het was nacht. Donker. Judas gaat weg om te doen, wat het daglicht niet kan verdragen…..