“Sta op, laten we gaan; kijk, hij die Mij uitlevert, is al vlakbij.’ Nog voor Hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten was gestuurd.”
Marcus 14: 42 en 43
Uitleveren. Dat woord wordt heel vaak gezegd in de verzen die over Jezus en Judas gaan. Het is een juridische term. En het betekent iets anders dan verraad. Zeker, Judas heeft Jezus ook verraden, dat zien we morgen. Maar Judas heeft er daadwerkelijk aan meegewerkt om Jezus uit te leveren, over te leveren. Een daad van meewerken met de vijand om een “crimineel” uit te leveren. Eerst aan de Joden en de Joden leverden hem weer uit aan Pilatus. En Pilatus leverde hem uit , leverde hem over, aan de soldaten. Die voltrokken uiteindelijk het vonnis. Maar de keten van uitlevering begint hier, bij Judas.