De eerste getuigen van de opstanding – Verschijningen van Jezus – 7 apostelen

“Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen.”

“Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.”

Joh. 21:1-3, 12-14

Zeven apostelen: Bij de Zee van Tiberias. Tsja, wat moet je als discipelen, als Jezus niet meer dagelijks bij je is? Ze pakken op aangeven van Petrus hun oude beroep maar weer op: vissen. En dan verschijnt Jezus opnieuw en wederom herkennen ze hem niet direct. Pas als ze na Jezus advies aan de andere kant gaan vissen, opvolgen, beseffen ze: het is Jezus! Jezus maakt hun met deze verschijning duidelijk waar hun werkterrein ligt: vissen, inderdaad. Maar dan niet op vissen, maar op mensen! Niet alleen aan het meer van Tiberias, maar over de hele wereld. Dankzij deze opdracht van Jezus is het goede nieuws ook bij ons gekomen.