“Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen.”
Handelingen 7: 55-58
Wat moet dit voor Stefanus een indrukwekkend moment geweest zijn. De hemel geopend. Voor hem. Hij mag de luister van God zien. Dat moet overweldigend zijn geweest! En Stefanus ziet Jezus, die aan Gods rechterhand staat. Jezus stáát, Hij zit niet. Jezus staat klaar, klaar om deze eerste martelaar op te wachten. En als hij sterft door de regen van stenen die op hem worden gegooid, roept hij het uit: Heer Jezus, ontvang mijn geest. Wat een geloof, een geloof dat bemoedigd wordt door dit inkijkje van Stefanus in de hemel. Hij weet: mijn aardse leven eindigt hier en nu, maar dáár, dáár mag ik verder leven met Hem, de opgestane Heer!