De namen van God: Jehova Ra’ahi: De Heer is mijn Herder

Jehova Ra’ahi: De Heer is mijn Herder

“De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water, Hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.”

Psalm 23

In deze psalm lezen we over God Zelf als onze Herder. Hij kent ons door en door en weet wat goed voor ons is. Hij wil ons leiden naar grazige weiden en ons te eten geven, niet alleen door ons van dagelijks voedsel te voorzien, dat Hij in de schepping heeft gelegd, maar ook door ons te voeden met Zijn Woord, zijn woorden van leven, de Bijbel. Ook wil Hij ons leiden door de toppen en de dalen van ons leven. Hij is erbij op onze vreugdevolle momenten en Hij zal ons helpen in moeilijke tijden. Hij doortrekt heel ons aardse bestaan. Laten wij zijn herderlijke, liefdevolle hand toe, als Hij ons uit situaties wil trekken die ons van Hem af kunnen leiden?

De namen van God: Jahweh Shammah: De Heer die er is

Jahweh Shammah: De Heer die er is. “Dit zijn de omtrekken van de stad. Aan de noordkant meet ze 4500 el. De poorten van de stad zijn genoemd naar de stammen van Israël. Er zijn drie poorten op het noorden: de Rubenpoort, de Judapoort en de Levipoort. Aan de oostkant 4500 el, met drie poorten: de Jozefpoort, de Benjaminpoort en…
Verder lezen

De namen van God: Jahweh Tsidkenu: De Heer is onze gerechtigheid

Jahweh Tsidkenu: De Heer is onze gerechtigheid “De dag zal komen – spreekt de HEER – dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. Dan wordt Juda verlost en zal Israël veilig wonen. Zijn naam zal zijn “De HEER is…
Verder lezen

De namen van God: Jahweh Tsevaot: de almachtige God

Jahweh Tsevaot: de almachtige God “In Rama in de streek Suf, in het bergland van Efraïm, woonde een man die Elkana heette. Hij was een zoon van Jerocham, die een zoon was van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Suf, en behoorde tot de stam Efraïm. Hij had twee vrouwen: de ene heette Hanna en de andere Peninna.…
Verder lezen