“Terwijl Hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’”
Handelingen 1: 10,11
Het moet enorm indrukwekkend zijn geweest. De discipelen waren al wel wat gewend: Jezus, die wonderen deed, Jezus die hen onderwees en hen uitlegde hoe heel het Oude Testament verwees naar Hém; en nu zien ze Hem “ten hemel varen”. Natuurlijk staarden ze naar de hemel. Verwonderd, vol ontzag. Jezus gaat terug naar zijn Vader. En nu? Wat nu? Ze worden aan gesproken op hun afkomst: Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te staren? Jezus kómt terug. Hij heeft hen met een opdracht achtergelaten. Wees mijn getuigen! Aan het werk!