“Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen. Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich.”
Johannes 11: 31-33
Wij kunnen ons wel eens aan andere mensen ergeren. Dan vinden we iemand irritant, luidruchtig, of gewoon niet aardig. De ergernis van Jezus steekt dieper. Jezus is boos, verontwaardigd en bewogen. De dood maakt Hem woedend. Hij, die de opstanding en het leven zelf is, is diep verbolgen over wat de dood aanricht. Als je rouwt en boosheid voelt, weet dan: ook Jezus kent die rauwe pijn. Samen met de mensen uit Betanië loopt Jezus naar het graf van zijn vriend. Hij huilt omdat hij deelt in hun verdriet. Dat hij de anderen ziet weeklagen en huilen ergert hem niet, dat zorgt niet voor afstand. Juist niet. Jezus barst ook zelf in tranen uit als hij de anderen zo ziet huilen. ‘Wat heeft hij veel van hem gehouden!’ zeggen de mensen vervolgens. Jezus ergert zich omdat de dood niet bij het leven hoort. En Hij weet: Ik ben gekomen om de dood definitief te overwinnen.