“Nee, dít staat u te doen: u moet hun altaren slopen en hun gewijde stenen verbrijzelen, hun Asjerapalen omhakken en hun godenbeelden verbranden. Want u bent een volk dat aan de HEER, uw God, is gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.”
Deut 7:5 en 6
Wij hebben geen altaren van Baäl en Asjerapalen meer. Maar daarom heeft dit vers ook ons nog echt wel iets te zeggen. Wat zijn de gevaren van de afgoden om ons heen? De Boeddhabeelden, de verafgoding van sport, van gezondheid, een strak lijf? De afgod van “ eigen volk eerst”? Alcohol, drugs? Wat kan mij en jou van God aftrekken?