“Leef alle geboden die ik u vandaag voorhoud strikt na. Dan zult u in leven blijven, in aantal toenemen en het land dat de HEER uw voorouders onder ede heeft beloofd, binnengaan en het in bezit nemen. Denk aan de tocht die de HEER, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u laten buigen voor zijn macht en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet. Hij hééft u voor zijn macht laten buigen: Hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte Hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt. Veertig jaar lang raakten uw kleren niet versleten en zwollen uw voeten niet op.”
Deut 8:1-4
De Israëlieten zullen er gewend aan zijn geraakt, maar het manna is een bijzondere verschijning en gave van God geweest. In de woestijn groeit geen graan of koren; en dus zorgde God zélf voor voedsel voor zijn kinderen. Als het doordeweeks werd bewaard ging het rotten; maar als het voor de Sabbat werd bewaard, bleef het goed. 40 jaar lang gebeurde het wonder van het manna, brood uit de hemel. God zelf voedde zijn volk. God zelf doet het volk leven van alles wat Zijn Mond voortbrengt. Dat gaat dieper dan het manna alleen. Laat ik me voeden door wat Gods Mond voortbrengt?