“Hierop antwoordde Job: ‘Dit soort dingen heb ik al zo vaak gehoord, niets dan ellende brengt mij jullie troost. Een eindeloze stroom van lege woorden! Wat drijft jou ertoe zo tegen mij te spreken? Zaten jullie op mijn plaats, ik zou hetzelfde tegen jullie inbrengen; ik zou een lange redevoering houden, meewarig schuddend met mijn hoofd. Toch zou ik jullie moed inspreken, mijn woorden zouden mild en troostend zijn. Niets verzacht mijn pijn wanneer ik spreek, en als ik zweeg, zou die dan weggaan?”
Job 16:1-6
Gisteren zagen we iets van het diepe verdriet van Job. Hoe troost je iemand met zo’n hartverscheurend verlies en verdriet? Wat valt er te winnen na een ondragelijk verlies? En wat voor zin heeft het leven nog na een groot verlies? Verdriet en de vraag naar zingeving horen meestal bij elkaar en draagt ten diepste ook een wezenlijk verlangen naar God in zich. Een mens is een betekeniszoeker, een zingever. Je kunt verlies ervaren, omdat God een verlangen om te winnen in je hart heeft gelegd. Dus opnieuw: hoe vind je troost na een groot verlies en hoe troost je iemand met een groot verlies? Verlies is een bewijs dat jij echt “mens” bent en dus mag verdriet geuit worden. Klaag maar, schreeuw maar, met elke vezel in je lijf. Zoek geborgenheid. Mag ik bij jou verdrietig zijn? Mag ik dan bij jou? Mag ik dan bij Jou, God? Dat laatste hoeft geen vraag te zijn. “Kom bij Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal je rust geven.” Uithuilen bij God, kun je dat?