Numeri 6: 22-23 (de zegen; deel 1)

“De HEER zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:”

De zegen komt van God. En hoe mooi is het, dat God de woorden van deze zegen ook als opdracht geeft aan Aäron en zijn zonen. Zegenen is het uitspreken van goede dingen. God spreekt dus goede woorden over het volk uit. Geldt dit dan ook voor ons? Mogen wij die woorden overnemen? Sinds Luther en Calvijn worden de zegenwoorden weer in de christelijke kerken uitgesproken. God gebruikt mensen om de zegen door te geven aan zijn volk, de priesters zijn het “doorgeefluik”. Zo spreken nu ook de voorgangers deze zegenbede aan het eind van iedere eredienst uit over het “kerkvolk”. De Aäronitische zegen was geen zegen voor het individu, het was een zegen voor het hele volk.

Judas – getuige van Jezus leven, maar niet van zijn opstanding

“In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei: ‘Vrienden, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. Judas was een van ons en had deel…
Verder lezen

Paulus ziet Jezus – die hij vervolgt

“Toen hij (Saulus) onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in,…
Verder lezen

Stefanus ziet de luister van Jezus

“Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op…
Verder lezen