“‘Goed,’ zei Debora, ‘ik zal met u meegaan. Maar let wel, u zult geen eer behalen aan deze veldtocht, want de HEER zal Sisera uitleveren aan een vrouw.’ Zo besloot Debora met Barak mee te gaan naar Kedes. Barak riep de mannen van Zebulon en Naftali onder de wapenen in Kedes en trok op aan het hoofd van tienduizend man. Debora ging met hem mee. In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. Deze Cheber was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes’ schoonvader Chobab. Sisera kreeg bericht dat Barak de Tabor op gegaan was. Daarom riep hij zijn soldaten onder de wapenen en trok met al zijn negenhonderd ijzeren strijdwagens en zijn hele leger vanuit Charoset-Haggojim op naar het dal van de Kison. Debora spoorde Barak aan: ‘Vooruit! Vandaag levert de HEER Sisera aan u uit. Hij zal voor u uit gaan.’ Toen kwam Barak de Tabor af met tienduizend man achter zich aan.”
Rechters 4:8-14
Barak gaat niet zonder Debora de strijd aan. Debora vertrouwde volledig op Gods woord. Zij laat zien dat, wanneer je gehoorzaam bent aan God, je er ook op mag rekenen dat Hij voor je strijdt. De twijfelende Barak heeft zelfs een duwtje in de rug nodig als hij het immense leger van Sisera ziet verschijnen. “Vooruit Barak, de Heer strijdt voor jou!” Eén vrouw, die meetrekt ten strijde, is al bijzonder; en helemaal wanneer die vrouw jou ook nog moet aansporen om de door God beloofde overwinning te gaan behalen….