“Na drie dagen riep hij de Joodse leiders bij zich. Toen ze bijeengekomen waren, zei hij tegen hen: ‘Broeders, ofschoon ik ons volk niets heb misdaan en de gebruiken van onze voorouders niet heb geschonden, ben ik door de Joden in Jeruzalem gevangengenomen en uitgeleverd aan de Romeinen. Ze zeiden tegen hem: ‘We hebben uit Judea geen brief over u ontvangen, en ook heeft niemand van onze broeders ons bezocht om iets slechts over u te berichten of kwaad van u te spreken. Wel zouden we graag van u horen wat uw denkbeelden zijn, want het is ons bekend dat de groep waartoe u behoort overal op verzet stuit.’”
Handelingen 28: 17, 21 en 22
Eenmaal in Rome aangekomen neemt Paulus het heft in eigen handen. Hij is door de Joden aan de Romeinen uitgeleverd; en omdat Paulus zich op de keizer heeft beroepen is hij nu in Rome om voor de keizer te verschijnen. De Joodse leiders weten hier niets van af, maar zijn wel benieuwd wat Paulus heeft te vertellen, want dát hebben ze wel gehoord: de “leer” van Paulus stuit op verzet. Deze Joden willen wel luisteren, maar laten ook merken dat ze er kritisch tegenover staan. De houding van deze Joden is hier navolgenswaardig, want het is belangrijk dat we pas een oordeel vellen over iemands denkbeelden die niet met onze opvattingen overeenkomen, nadat we deze persoon gelegenheid hebben gegeven zich hiervoor te verantwoorden.